ExpertTalks: Docent Barend Wind vertelt over uitwisseling met internationale universiteiten in nieuwe ‘Global Course’

global course

15 mei ExpertTalks: Docent Barend Wind vertelt over uitwisseling met internationale universiteiten in nieuwe ‘Global Course’

Mijn naam is Barend Wind. Sinds 1 september ben ik werkzaam als Universitair Docent Sociale Planologie aan de RUG. Een fantastische functie, waar ik me bezig hou met onderwijs en onderzoek naar sociale rechtvaardigheid en wonen. Op welke manier kunnen we de toenemende sociale segregatie een halt toeroepen? En zorgen dat de woonlasten van jongeren weer draagbaar worden? Dat zijn zomaar twee voorbeelden van vragen waarmee ik bezig ben. Op dit moment ben ik samen met Ines Boavida-Portugal en Gert de Roo bezig met een experimenteel vak: De internationaal-georienteerde Global Course, en het meer op Nederland gerichte broertje ‘Comparative Urbanism’
Wat is er nou zo nieuw aan het deze Global Course?

 

Traditioneel gezien houden planologen zich bezig met ruimtelijk ontwerp. Inmiddels is het ontwerpen van de juiste condities net zo belangrijk geworden, als we een leefbare woonomgeving willen creëren. Comparative Urbanism richt zich op de beleidskant van de planologie. Het spannendste van het vak is dat we een internationaal-vergelijkende bril opzetten: we kijken hoe het in China geregeld is met het woonbeleid, hoe men in de Verenigde Staten ruimte maakt voor start-ups of hoe men in Engeland oude industriegebieden nieuw leven inblaast. Écht nieuw is de manier hoe we dit alles organiseren. Via de website globalcourse.inplanning.eu stellen universiteiten over de hele wereld (Peking, Seattle, Newcastle, Tokyo) colleges beschikbaar. We kijken en bediscussiëren de colleges met z’n allen, waarna de gastdocenten via het digitale platform reageren op onze vragen. De studenten van de Global Course werken samen met studenten van alle partner-universiteiten om te analyseren waarom hun thuislanden een andere beleidsaanpak volgen bij het oplossen van sociale problemen. De studenten in Comparative Urbanism richten zich op Nederland: zij zoeken uit waarom verschillende Nederlandse steden een andere aanpak volgen en wat de stad Groningen hiervan kan leren.

Waarom hebben jullie voor deze nieuwe werkvorm gekozen?

Eigenlijk zorgt de werkvorm met het digitale platform ervoor dat studenten kunnen kennismaken met de buitenlandse manier van planologie bedrijven, zonder dat ze ervoor op reis hoeven. Het is goed om te zien hoe sociale problemen worden aangepakt in andere landen, omdat je je bewust wordt van je eigen blinde vlekken. Bovendien traint het vak de studenten om met een vergelijkende blik te kijken naar ruimtelijk beleid.

Wat kunnen andere landen van Groningen leren en wat kunnen we van andere landen leren?

In een groot deel van de (Westerse) wereld beginnen woonlasten ondragelijk hoog te worden. In Nederland is dat niet anders, behalve voor hen die aanspraak maken op een sociale huurwoning. Nederland heeft een lange traditie van betrokkenheid van woningcorporaties bij ruimtelijke ontwikkeling (zoals wijkvernieuwing). Door zaken samen aan te pakken, kunnen we betaalbare woningen realiseren. Andere landen kijken hier jaloers naar. Maar aan de andere kant maakt China op dit moment enorme stappen in het verduurzamen van de gebouwde omgeving. Onze energietransitie valt hierbij in het niet. Zo kunnen wij absoluut weer leren van de strategieën die ze hierbij volgen.

Vaak kijken we alleen maar naar voorbeelden en manieren van werken uit Nederland. Heeft deze opzet ook als doel om de ‘eenzijdigheid’ van de opleiding te doorbreken?

De opleiding Spatial Planning and Design (Technische Planologie) is allerminst eenzijdig. Je leert hoe we door middel van ruimtelijk ingrijpen het hoofd kunnen bieden aan de grote uitdagingen van onze tijd: de toenemende ongelijkheid, de duurzaamheidstransitie, het betrekken van bewoners bij beleid, et cetera. Daarbij gebruiken collega’s veel internationale voorbeelden, en komen er geregeld internationale gastsprekers langs. De Global Course / Comparative Urbanism is wel uniek omdat de internationaal-vergelijkende werkwijze zo centraal staat. De cursus gaat echt de diepte in wat betreft de beleidsstrategieën die er in andere landen gevolgd worden.

Andere studenten krijgen de opdracht om beleid te vergelijken tussen steden in Nederland. Wordt daarbij ook gekeken naar onderwerpen uit Groningen?

Zeker! Op dit moment zijn er drie groepen aan de slag met een thema dat door het Urban Gro Lab is aangewezen als een speerpunt. Ik zal er twee kort beschrijven. Eén groepje gaat aan de slag met hoogbouw. Een aantal Nederlandse steden heeft reeds een hoogbouwvisie geformuleerd. Op welke locaties en voor welke doelgroep zijn deze nieuwe torens gebouwd? Door goed te kijken naar andere steden, brengt deze groep in kaart wat de valkuilen voor Groningen zouden kunnen zijn bij het realiseren van hoogbouw. Een andere groep is aan de slag gegaan met het beheer van de groenvoorziening. Internationaal gezien zijn Nederlandse steden vrij groen, maar een groot deel van onze parken wordt te laag gewaardeerd of niet gebruikt. Door te bekijken op welke manieren andere Nederlandse steden met een vergelijkbaar inwonertal de aantrekkelijkheid van hun groenvoorziening hebben verhoogd, presenteren ze een lonkend perspectief voor Groningen, afgestemd op de lokale situatie en lokale gebruikers.

Interessant! Zijn jullie tevreden over het verloop? 

Voor ons als docenten is het een hele uitdaging om de internationale samenwerking van de grond te krijgen, maar als ik de website (globalcourse.inplanning.eu) bekijk, ben ik heel tevreden over het resultaat. We hebben een hele lijst met verbeterpunten voor het komende jaar, maar het uitgangspunt dat Groningen kan leren van ervaringen in binnen- en buitenland blijft overeind staan.

 

Geen reactie's

Geef een reactie

*