StudentTalks: Gerko Nitrauw onderzocht hoe gemeenten omgaan met prestatieafspraken rondom wonen.

UGL_movie_back

09 okt StudentTalks: Gerko Nitrauw onderzocht hoe gemeenten omgaan met prestatieafspraken rondom wonen.

Door de decentralisatie is de verantwoordelijkheid voor volkshuisvestingsvraagstukken verschoven van de rijksoverheid naar de gemeenten. Zij zijn nu, volgens de Woningwet 2015, verplicht om prestatieafspraken te maken met huurdersorganisaties en woningcorporaties, om problemen, zoals een te kort aan huurwoningen, stijgende huurprijzen en het verduurzamen van de woningvoorraad, op te lossen. In deze prestatieafspraken wordt vastgelegd wat de woningcorporaties bijdragen aan de vraagstukken in de sociale huursector. Deze veranderingen vereisen een nieuwe werkwijze, ook wel New Public Governance (NPG) genoemd. Hierin heeft de overheid geen machtsmonopolie, maar werkt op gelijkwaardige basis samen met andere partijen. Maar hoe de gemeenten hiermee omgaan, dat kan verschillen.

In mijn masterscriptie, getiteld ‘Prestatieafspraken in lijn met New Public Governance’, heb ik verslag gedaan van mijn onderzoek naar hoe gemeenten omgaan met prestatieafspraken. Ik heb onderzocht hoe en waarom de processen en uitkomsten verschillen. Elke gemeente is namelijk anders en wordt beïnvloed door andere factoren. De onderzochte gemeenten zijn de gemeenten Groningen, Leeuwarden, Leek en Stadskanaal. De onderzoeksmethoden die voor dit onderzoek zijn gebruikt, zijn een beleidsdocumentenanalyse en interviews. Ik heb hierbij gelet op welke eigenschappen de gemeenten hebben, als het gaat om de procesinrichting. Nemen zij bijvoorbeeld het initiatief en werken zij met veel partijen samen? Daarnaast heb ik geanalyseerd welke factoren gemeenten gebruiken, om keuzes voor de procesinrichting te legitimeren.

gerko1

Afb 1: De onderzochte gemeenten.

Uit het onderzoek kan geconcludeerd worden dat de verschillen tussen gemeenten ontstaan doordat het DNA van de gemeente (grootte en de politieke kleur van de gemeenten en het aantal aanwezige woningcorporaties) en sociaal-ruimtelijke ontwikkelingen (Geografie, Economie, Demografie, Sociaal, Rijksoverheid, Duurzaamheid, Veiligheid) voor elke gemeente anders zijn. De invloed van deze factoren zorgt in elke gemeente voor een andere machtsbalans, waardoor het proces er in elke gemeente anders uitziet. De kleine gemeenten merken dat zij een minder sterke machtpositie hebben, dan de grote gemeenten. De grote gemeenten hebben namelijk een groter ambtelijk apparaat, waardoor zij beter in staat zijn om hun volkshuisvestingsdoelen vast te stellen en beter weerstand kunnen bieden tegen de belangen van woningcorporaties. Gemeente Leek maakt samen met drie andere gemeenten in het Westerkwartier de prestatieafspraken. Hierdoor versterken zij hun machtspositie, waardoor zij meer inbreng hebben in het beleid van de woningcorporaties, dan bijvoorbeeld gemeente Stadskanaal.

Het aantal woningcorporaties in een gemeente heeft ook een grote invloed op het proces en de rol van de gemeente. In de gemeente Stadskanaal zijn ze bijvoorbeeld afhankelijk van wat de woningcorporatie doet. Zij hebben met Lefier één woningcorporatie, die verantwoordelijk is voor het grootste gedeelte van hun sociale huurvoorraad. Lefier is echter ook actief in Groningen en een paar andere gemeenten. Zij ontwerpen daarom hun eigen proces en de gemeente Stadskanaal moet zich daarop aanpassen. Lefier heeft in de gemeente Stadskanaal dus een sterke machtspositie. In Groningen is Lefier één van de vijf woningcorporaties en hebben ze een minder sterke machtpositie.

Een ander opvallend feit is dat alle vier de gemeenten aangeven veel inwoners te hebben met lage inkomens. Toch heeft dit niet altijd dezelfde uitkomst. In Groningen heeft dit geresulteerd in een grote sociale huurvoorraad, waardoor de gemeente het initiatief neemt, om met de woningcorporaties het gesprek aan te gaan. In de andere gemeenten is dit niet van toepassing. Dit komt, doordat de prijzen van de koopwoningen in die regio’s laag zijn, waardoor mensen, die normaal in een sociale huurwoning wonen, daar ook een koopwoning kunnen kopen. De markt lost hier dus de volkshuisvestingsvraagstukken op. In de gemeente Stadskanaal vragen ze zich af of dit wenselijk is. Zij voorzien namelijk problemen in het onderhoud van deze koopwoningen. Dit kan resulteren in ongelijke wijken en segregatie in de gemeente. Door het gesprek met de woningcorporaties aan te gaan en beleid uit te zetten waardoor er goedkope, aantrekkelijke huurwoningen in de gemeente komen, zullen mensen sneller kiezen om te huren, in plaats van te kopen. Door deze woningen te ontwikkelen kunnen er ook nieuwe inwoners worden aangetrokken, zodat problemen als krimp of het gebrek aan jongeren, opgelost kunnen worden.

gerko2
Afb 2: De rollen

Kleine gemeenten, die moeite hebben met het vormgeven van het volkshuisvestingsbeleid of het inrichten van het proces, kunnen dit overnemen van de grotere gemeenten die hier wel de capaciteit voor hebben. De gemeente Leeuwarden gaf in het interview aan, dat dit bij hun al gebeurt. De gemeenten kunnen ook meer gebruik gaan maken van raamovereenkomsten, waardoor het jaarlijkse proces kleiner wordt. Ook dit zorgt voor minder druk op de gemeenten. De rijksoverheid kan eventueel helpen door van de prestatieafspraken een tweejaarlijkse verplichting maken, waardoor de gemeenten meer tijd hebben en het proces een minder grote aanslag is op hun tijd.

Uit dit onderzoek is ook gebleken, dat de gemeenten problemen ervaren met de beperkte mogelijkheden van woningcorporaties, op het gebied van leefbaarheid. In Groningen vreest men zelfs voor segregatie, doordat er in sommige wijken niet geïnvesteerd kan worden. De rijksoverheid moet een oplossing vinden om investeringen in leefbaarheid toch mogelijk te maken. Dit kan bijvoorbeeld door het takenpakket van de woningcorporaties te veranderen, of door zelf geld beschikbaar te stellen in een fonds.

Er zijn dus nog veel vraagstukken en problemen rondom de uitvoering van de prestatieafspraken. Dit geeft ook meteen de relevantie van dit onderzoek weer. Dit onderzoek is maatschappelijk relevant, omdat er werkwijzen, problemen en oplossingen zijn weergegeven, waardoor gemeenten van elkaar kunnen leren. Hierdoor kunnen zij hun eigen proces verbeteren, wat positief is voor hun volkshuisvestingsbeleid en een positieve uitwerking heeft op de sociale huursector. Doordat gemeenten met een verschillend DNA en verschillende eigenschappen zijn vergeleken, is dit onderzoek representatief voor alle gemeenten in Nederland. Voor de wetenschap is dit onderzoek relevant, omdat, nieuwe inzichten zijn gegeven aan hoe gemeenten en semipublieke instanties (woningcorporaties) samenwerken, binnen de contexten van NPG en Neoliberal Urbanism.

Wil je meer weten over het onderzoek, wil je de gehele scriptie lezen of heb je een andere vraag, neem dan contact met mij op via gerkonitrauw@hotmail.com.

 

Geen reactie's

Geef een reactie

*