StudentTalks: Stefano Blezer vertelt over zijn Living Lab onderzoek.

ugl_beeld

08 feb StudentTalks: Stefano Blezer vertelt over zijn Living Lab onderzoek.

Een tijdje terug werden we benadert door Stefano Blezer, een student aan de faculteit Ruimtelijke Wetenschappen die voor een essay onderzoek doet naar het Living Lab concept. De vraag was of we in het onderzoek wilden particperen, en ja, laat onderzoek nou net ons favoriete woord zijn. Het Urban Gro Lab werd daarom dus een belangrijke casus in een essay dat het functioneren van Living Labs en het Urban Gro Lab analyseert. Het onderzoek is inmiddels klaar en daarom geven we graag de vloer aan Stefano:

In mijn bacheloronderzoek van mijn studie Bouwtechnische Bedrijfskunde in Heerlen heb ik reeds onderzoek verricht naar het living lab concept en ben ik nieuwsgierig geworden hoe dit concept zich nestelt in Groningen; mijn nieuwe woon- en studeerplek. In deze samenvatting komen de voornaamste resultaten van een literatuurreview en casestudie naar het living lab concept in Groningen naar voren, waarvan het Urban Gro Lab onderdeel was.

Het living lab concept kent zijn oorsprong uit de jaren 70 van de vorige eeuw in productontwikkeling. In de Scandinavische landen ondersteunden vakbonden het betrekken van eindgebruikers bij het ontwikkelingsproces voor systeem ontwikkelingen. Naar mate de tijd verstreek hebben uiteindelijk diverse initiatieven in Europa geleid tot de oprichting van het Europese netwerk van living labs in 2006. Sindsdien is het living lab concept enorm gegroeid in zowel de theorie als de praktijk. Vandaag de dag wordt het living lab concept dan ook gebruikt voor product- en gebiedsontwikkeling. Mijn opdracht is gekaderd tot de tweede variant.

In de literatuur worden vier typologieën van living labs beschreven, welke gebaseerd zijn op de vier soorten stakeholders die bij het living lab concept betrokken zijn: Enabler-, Provider-, Utilizer- en User-gedreven. De eerste variant richt zich veelal op grote integrale en langdurige projecten, die als doel hebben om sociale verbeteringen in een gebied tot stand te brengen, zoals het verlagen van criminaliteitscijfers. De gemeente is een voorbeeld van een Enabler. De tweede variant richt zich op het promoten van onderzoek en kennisopbouw en het vinden van oplossingen voor specifieke (kleinschalige) problemen. Het doel is om het dagelijks leven van een eindgebruiker in een gebied te verbeteren. Een voorbeeld van een provider is een onderwijsinstelling. De derde variant wordt voornamelijk ingezet door (private) partijen. Deze richt zich op het verzamelen van informatie over producten of diensten, zodat de private partij een beter product of dienst op de markt brengt. De laatste variant wordt opgezet door een groep burgers die hun gebouwde omgeving beter willen maken door het oplossen van specifieke problemen in dat gebied. De term users verklapt dan ook al dat gebruikers van een gebied deze rol op zich nemen.

Het Urban Gro Lab identificeert zichzelf hierin als provider-driven living lab aangezien de projecten doelen op het vinden van oplossingen voor specifieke problemen en het onderwijs te koppelen aan de praktijk, waardoor vernieuwende oplossingen tot stand komen én het onderwijs in een van de grootste studentensteden van Nederland verbeterd.

Uit mijn analyse komen vier concrete lessen voor het living lab concept naar voren:

  1. Bereikbaarheid en zichtbaarheid van living labs
    In fysieke zin moet het living lab concept een plek hebben waar het zich huisvest ín het gebied waar het op doelt. Dit zorgt ervoor dat stakeholders eenvoudig kunnen binnenlopen, zich laten informeren of meedoen aan activiteiten. Daarnaast moeten living labs ook online actief zijn. Hierdoor kunnen stakeholders op elk moment informatie vergaren en kan informatie op een eenvoudige wijze gedeeld en gepromoot worden. Ik weet tevens, uit eigen ervaring, dat indien mensen zien waar een living lab daadwerkelijk mee bezig is ze meer gemotiveerd raken, zich gewaardeerd voelen en verantwoordelijkheid krijgen en voelen om mee te doen en van zich te laten horen.
  2. Politieke en financiële draagvlak voor living labs
    Politiek- en financieel draagvlak krijgen vanuit de gemeente is een cruciale factor voor de operatie van een living lab: ze worden namelijk (deels) gefinancierd uit subsidies en fondsen. Dit komt doordat Utilizers niet willen investeren in een living lab (of beter gezegd: het niet durven), aangezien de uitkomsten niet helder zijn bij aanvang én de gebouwde omgeving continue raakvlak heeft met de gemeente en haar politiek. Helaas is dit een punt waar veel living labs nog mee stoeien, aangezien financieringen niet rond komen als initiatieven niet linken met de politiek in een gebied.
  3. Het leiderschap en de hiërarchie in living labs
    Living labs moeten een duidelijke coördinator, in de vorm van een persoon of organisatie, hebben om alle processen te coördineren en te monitoren. Daarnaast moet duidelijk zijn dat de coördinator niet boven andere stakeholders staat, maar gelijkwaardig is. Living labs kennen geen hiërarchie: Iedereen doet mee in zijn eigen rol!
  4. Het samenwerkingsproces in living labs
    De samenwerking tussen de vier soorten stakeholders is niet alleen erg belangrijk, maar ook erg sterk. Met andere woorden, als iets samen wordt bedacht en uitgewerkt, dan staat iedereen achter dat plan en voelt iedereen zich onderdeel van dat plan. De kracht zit dan ook in deze samenwerking, discussie en dialoog tussen de stakeholders. Daar staat tegenover dat het betrekken van de Utilizer niet altijd duidelijk is in een living lab aangezien zij, in principe, streven naar resultaat en winst. Verder is het betrekken van studenten ook een win-win situatie. Enerzijds, verbeterd het onderwijs en, anderzijds, kijken studenten met een frisse blik naar de problematiek in Stad.foto 1

Werkgroep over Living Labs.

Zoals je wellicht is opgevallen behandel ik alleen procesfactoren. Dat is ook juist waar de kracht van een living lab concept zit! Het is belangrijk om met alle stakeholders samen te zitten en het living lab vorm te geven. De inhoud komt vanzelf vanuit de Users; zij weten wat er speelt in wijken en wat nodig is. Het proces kent ook tegenslagen; bedrijven die wel willen maar niet durven of burgers die wel willen maar niet bereidt zijn zelf een project te dragen of niet gemotiveerd genoeg zijn.

Het living lab concept is inmiddels gegroeid tot een concretere, maar nog steeds vage, procestool om gebiedsontwikkeling tot stand te brengen waar geen blauwdruk voor is. Het is vallen en opstaan. Op dit moment is het living lab concept flink onderhevig aan onderzoek, dat resulteert in een continue leerproces voor zowel professionals als jij en ik. Vraag je mij wat het living lab concept is en hoe het kan bijdragen aan gebiedsontwikkeling? Dan antwoord ik jou dat het living lab concept een intermediair is tussen (lokale) stakeholders om hen te combineren en te faciliteren in het ontwikkelingsproces én dat het concept niet de inhoud voorschrijft. Dat moeten de Users doen!

Mocht je vragen hebben of meer willen weten over mijn individuele schrijfopdracht, dan kun je contact opnemen met mij via e-mailadres stefanoblezer@home.nl.

Geen reactie's

Geef een reactie

*